Restwarmte

Restwarmte komt vrij bij een productieproces. Het wordt vervolgens getransporteerd via een bestaand of nieuw warmtenet en wordt gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en tapwater. Restwarmte wordt vaak ingezet in combinatie met andere warmtebronnen: bijvoorbeeld restwarmte voor de levering van de basislast en andere warmtebronnen voor back-up en piekwarmte. Een restwarmteproject is altijd maatwerk. Technisch is het vaak niet ingewikkeld, maar organisatorisch wel.

Wat is restwarmte?

Restwarmte is warmte die vrijkomt bij een industrieel productieproces en daarbij niet meer economisch rendabel te gebruiken is. Zonder aansluiting op een warmtenet wordt deze hoeveelheid warmte geloosd. Vooral de grote industrie beschikt vaak over grote hoeveelheden restwarmte met een aantrekkelijk temperatuurniveau en een hoge beschikbaarheid, die daardoor mogelijk bruikbaar is voor het verwarmen van kassen, gebouwen en tapwater. Andere bronnen van restwarmte zijn bijvoorbeeld datacenters, koelhuizen en supermarkten.

De term restwarmte lijkt heel breed, maar er geldt een strenge definitie voor vanuit Europese regelgeving. In het Renewable energy directive wordt restwarmte als volgt gedefinieerd: "Onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in industriële of bedrijfsmatige processen wordt opgewekt en die zonder verbinding met een warmtenet ongebruikt terecht zou komen in lucht of water." 

De criteria uit deze definitie lichten we hieronder toe.

Criteria

Waar mag wel of geen sprake van zijn?

Onvermijdelijk

Restwarmte is onvermijdelijk. Je kunt het dus technisch én economisch niet meer gebruiken in het eigen proces.

Bijproduct

Als de hoofdfunctie van een installatie warmtelevering is, is er geen sprake van een bijproduct. Een geothermiecentrale is bijvoorbeeld ontworpen voor warmtelevering. Er is hier dus geen sprake van restwarmte.

Ook als de warmtelevering ten koste gaat van het hoofdproduct van de installatie, is er geen sprake van een bijproduct. Denk hierbij aan aftapwarmte bij een elektriciteitscentrale (voorbeeld verderop)

Verbinding met een warmtenet

Restwarmte wordt geleverd via een warmtenet aan meerdere (externe) afnemers.

Ongebruikt terecht komen in water of lucht

Voordat de restwarmte in het warmtenet komt, komt deze in de lucht of het water.

Voorbeelden van restwarmte

De volgende 3 voorbeelden laten zien of er sprake is van restwarmte of niet.

Voorbeeld 1: een datacentrum en restwarmte

Bij koelprocessen (datacentres, koelhuizen) is er sprake van restwarmte. Ook warmte die vrijkomt bij het koelen van gebouwen is restwarmte. 

Een datacentrum en restwarmte
Voorbeeld 1: een datacentrum en restwarmte

Als de restwarmte uit een datacentrum gebruikt wordt om een woning op te warmen zit daar vaak een warmtepomp tussen. De restwarmte is vaak tussen de 25 – 30 graden. Een warmtepomp is nodig om de temperatuur omhoog te brengen. Dit is vaak nodig voor het opwarmen van het huis. De warmtepomp gebruikt hiervoor elektriciteit. De warmte die uit de warmtepomp komt is ook restwarmte, behalve de warmte die extra is toegevoegd door het elektriciteitsgebruik.

Voorbeeld 2: een fabriek en restwarmte

Als twee fabrieken warmte onderling uitwisselen is het geen restwarmte. Dit komt omdat er dan geen verbinding is met een warmtenet. 

Een fabriek en restwarmte
Voorbeeld 2: een fabriek en restwarmte

Als een fabriek de warmte zelf kan gebruiken voor procesoptimalisatie en dit technisch en economisch haalbaar is, is het geen restwarmte. De warmte is dan niet onvermijdelijk. Een industrie heeft bijvoorbeeld warmte op een heel hoge temperatuur nodig. De warmte die overblijft heeft een lage temperatuur die technisch of economisch gezien niet kan worden hergebruikt. Deze warmte is dan onvermijdelijk. Als een fabriek de warmte niet zelf kan gebruiken en dit aan een warmtenet levert, dan is het restwarmte. 

Voorbeeld 3: een elektriciteitscentrale en restwarmte

Als bij een elektriciteitscentrale stoom wordt afgetapt (aftapwarmte) om het warmtenet te verwarmen is het geen restwarmte. Dit gaat namelijk ten koste van de elektriciteitsproductie. Het is dan geen bijproduct. 

Een elektriciteitscentrale en restwarmte
Voorbeeld 3: een elektriciteitscentrale en restwarmte

Het koelwater bevat wél restwarmte. De temperatuur is meestal te laag voor traditionele warmtenetten. Ook in de rookgassen kan nog restwarmte zitten als de temperatuur hiervan te laag is om te gebruiken in het primaire proces. Als je de temperatuur van de condensor bewust hoger instelt, is het géén restwarmte meer. Dit gaat namelijk ten koste van de elektriciteitsproductie. De warmte is dan geen onvermijdelijk bijproduct meer.

Geschiktheid

Of restwarmte een geschikte warmtebron is hangt af van een aantal factoren:

  • Temperatuur. Temperatuur van de restwarmte is een belangrijke factor voor de technische en financiële haalbaarheid.
  • Afstand tot het warmtenet en afnemers. Daarbij horen ook de afstand tot een (bestaand) warmtenet en de afnemers.
  • Combinatie met andere warmtebronnen. Ook is het belangrijk of een combinatie mogelijk is met andere warmtebronnen in verband met de leveringszekerheid. 
  • Investeringen. Een bedrijf met een restwarmteaanbod moet investeringen doen om de restwarmte beschikbaar te krijgen. Daarvoor vraagt het bedrijf een vergoeding. Het bedrijf dat de restwarmte levert wil vaak geen verdere investeringen doen in een warmtenet of in reservecapaciteit. Hier ligt meestal de rol van een warmteleverancier die verantwoordelijk is voor het warmtenet en een betrouwbare levering aan de afnemers. Voor de warmteleverancier is het belangrijk hoelang een restwarmtebron beschikbaar is. De overheid wil in de Wet Collectieve Warmtevoorziening een ‘ophaalrecht’ opnemen. Hierdoor is de restwarmteproducent verplicht om restwarmte beschikbaar te stellen tegen uitkoppelkosten.

Duurzaamheid

Hoe duurzaam is het gebruik van restwarmte?

CO2-uitstoot.

Het uitgangspunt is dat restwarmte altijd CO2-vrij is, mede doordat het om een onvermijdelijk bijproduct gaat. De hoeveelheid benodigde pompenergie voor het uitkoppelen van de warmte naar de afnemers is zeer beperkt. Door het opwaarderen van de temperatuur met een warmtepomp kan wel CO2-uitstoot ontstaan. Het gaat dan om de elektriciteit, waarmee de warmtepomp wordt aangedreven. Naar 2050 wordt die uitstoot ook nul, omdat in het klimaatakkoord afgesproken is dat de elektriciteit in 2050 volledig CO2-vrij is.

Piek- en back-upinstallatie op aardgas

Bij restwarmteprojecten is vaak een piek- en back-upinstallatie aanwezig op aardgas. Deze installaties zijn moeilijker te verduurzamen. Je moet dan denken aan alternatieven als grootschalige warmteopslag of groengas.

Vermindering warmtelozing oppervlaktewater

Restwarmte extern nuttig toepassen, vermindert de warmtelozing op het oppervlaktewater of in de lucht. Bijkomend effect is logischerwijs dat bij de afnemers van restwarmte de CO2­­­-uitstoot en ook andere emissies afnemen (door een lager aardgasverbruik).

Fabrieken die fossiele brandstoffen gebruiken

Restwarmte komt meestal uit fabrieken die fossiele brandstoffen gebruiken, maar de restwarmte zelf is CO2-vrij. Fabrieken moeten door het klimaatbeleid voor de industrie ook verder verduurzamen. Restwarmtebenutting leidt daarom niet tot een fossiele lock-in situatie waarin je afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen. Voor nieuwbouwprojecten van gebouwen geldt dat restwarmte mee mag tellen om te voldoen aan de energieprestatie-eisen van het bouwbesluit.

Betrokken partijen

Wat betekent de inzet van restwarmte voor betrokken partijen?

Gebouweigenaar / bewoner

Restwarmte wordt geleverd via een warmtenet. Dit betekent dat een aansluiting op een warmtenet nodig is. Voor deze aansluiting betaald de woningeigenaar meestal een eenmalige bijdrage aansluitkosten (BAK) aan de warmteleverancier. De eigenaar/ bewoner gaat een leveringscontract aan met de warmteleverancier. Dit valt in de regel onder de warmtewet.

Voor een aansluiting op he warmtenet zijn er in de woningen soms aanpassingen nodig, zoals extra isolatie of leidingen. De kosten voor warmtelevering uit een warmtenet zijn nu gekoppeld aan de gasprijs, zodat de kosten voor de bewoner ongeveer gelijk zijn aan de kosten van warmte uit een cv-ketel. In het voorstel voor aanpassing van de warmtewet wordt deze koppeling aan de gasprijs gefaseerd losgelaten.

Bron van de restwarmte

Het hangt sterk van de situatie af welke technische aanpassingen noodzakelijk zijn. De aanpassingen op het terrein van een industrieel bedrijf gebeuren meestal tijdens een geplande onderhoudsstop. Restwarmte kun je onttrekken uit een hete gasstroom (bijvoorbeeld hete rookgassen), uit een condenserend medium (vooral in de chemiesector) of uit een vloeistof. Voor het bedrijf is van belang dat onttrekking van restwarmte zijn kernproces niet nadelig beïnvloedt. In de praktijk betekent dat de restwarmte vaak onttrokken wordt ‘aan de randen van processen’. Vanuit zo’n punt moet een beperkt leidingnet op het terrein komen naar een zogenaamd warmte-overdrachtspunt. De restwarmte wordt daar overgedragen aan de exploitant van het warmtenet. Ook wordt daar de warmte gemeten.

De verkoop van restwarmte is nooit de basisactiviteit van een bedrijf. Het bedrijf vraagt meestal een vergoeding voor zijn inspanningen: uitkoppeling, toezicht en onderhoud van installaties binnen de bedrijfsinrichting. Afspraken over garanties van levering zijn maatwerk, maar de ervaring leert dat de warmtelevering altijd de productie van een bedrijf volgt en nooit omgekeerd. Dat betekent dat de continuïteit in warmtelevering ontstaat door inzet van andere warmtebronnen back-up ketels of meerdere restwarmtebronnen. Meestal investeert het bedrijf in de uitkoppeling, maar in de praktijk komt het ook al voor dat een warmtebedrijf investeert bij de industrie. Dat kan een eventueel financieel knelpunt helpen oplossen. Financiën zijn voor een bedrijf niet de drijfveer achter restwarmte. Meestal is het een vorm van goed buurmanschap en draagt de restwarmte positief bij aan het imago. Slechts in uitzonderlijke situaties (nieuwbouw of renovatie van grote stookinstallaties) kan een industrie worden verplicht tot een inspanning om een mogelijk rendabel restwarmteproject te helpen realiseren.

Exploitant warmtenet

De kernactiviteit van de exploitant van het warmtenet (warmteleverancier) is in- en verkoop van warmte. Die zal ook de risico’s beheersen (samen met de partij die het transportnet exploiteert, als er een apart transportnet is) en in overleg met de industrie zoeken naar een voor iedereen acceptabele vorm. 

Gemeente

De gemeente is vaak de trekker om partijen bij elkaar te krijgen. De gemeente of de regio kan de bronnen van restwarmte lokaliseren en in de regionale energiestrategie opnemen. Daarnaast is de gemeente in het voortraject vaak de partij die onderzoeken financiert om projecten te helpen realiseren. 

Netbeheerder

Als de restwarmte een voldoende hoge temperatuur heeft, is geen opwaardering nodig. Bij lage temperatuurbronnen, zoals een datacentrum, is opwaardering met een warmtepomp nodig. Dan moet er wel een grote elektriciteitsaansluiting zijn of worden gerealiseerd. Een gasnet wordt mogelijk geleidelijk afgeschaft. 

Stand van de techiek

Huidige toepassing

De benutting van restwarmte is technisch vaak niet ingewikkeld; het is vooral een organisatorisch vraagstuk. De industrie wil hierin ontzorgd worden. Warmte-uitwisseling tussen industrieën komt op een aantal plaatsen voor; vaak zijn deze historisch ontstaan. De belangstelling voor restwarmtelevering aan warmtenetten gericht op de gebouwde omgeving en glastuinbouw neemt toe en inmiddels zijn verschillende projecten gerealiseerd.

Verwachte ontwikkelingen

Technische innovaties zie je vooral op het gebied van het beter beschikbaar maken van restwarmte uit industriële processen. Bijvoorbeeld door een hoger rendement of geschiktheid voor gebruik bij corrosieve gasstromen. Warmteopslag kan ook een rol spelen, zeker als restwarmtebronnen niet continu leveren. Andere innovaties zitten vooral aan de organisatorische kant: de wijze waarop je de risico’s kunt beperken en het financieringsvraagstuk is op te lossen.

Vanuit het klimaatbeleid is restwarmte een belangrijke technologie. De verwachting is dat de benutting van restwarmte sterk zal groeien. De groei komt vooral vanuit de grote industriële clusters, maar ook bij de meer solitaire industrieën zijn kansen, zeker als er dichtbij al een warmtenet ligt. De overheid zal in het kader van de Warmtewet 2 beleid uitwerken voor de benutting van restwarmte. De verdere verduurzaming en elektrificatie van de industrie kan betekenen dat de beschikbaarheid van restwarmte afneemt.

Voorbeeldprojecten

Meer informatie

Vragen?

Heb je meer vragen over restwarmte? Neem dan contact op met onze helpdesk. Een van onze adviseurs helpt je graag verder.

 

Cookie-instellingen